Deel 3 Somaliland en Ethiopië

Door: Guus Geurts

Blijf op de hoogte en volg Guus

02 Januari 2013 | Somalië, Hargeysa

Reisverslag Ethiopië, Somaliland en Kenia
Deel 3: Harar, Jijiga, Awash, Somaliland (Hargeisa, Las Geel en Berbera) en terug naar Addis Abeba

De bijbehorende foto’s zijn te vinden op mijn facebook-pagina. Dit verslag zal ook verschijnen op http://guusgeurts.waarbenjij.nu

We hebben het einde van de Maya-kalender op 21 december overleefd, heb ook niets gehoord over rampen in Nederland. Maar eens kijken hoe het nieuwe begin sinds die datum eruit ziet. Interessante artikelen hierover vond ik op de Belgische MO-website: http://www.mo.be/artikel/geen-einde-wel-een-nieuw-begin#.UNbbpfzDfYQ.twitter
Ik heb de laatste tien dagen voor 21 december echter wel geleefd alsof het de laatste tien dagen waren, maar daarover later meer. Even een korte update van de afgelopen twee en halve maand:
- 12 t/m 18 oktober aankomst en verblijf in Addis Abeba
- 19 oktober t/m 10 november reis door Noord-Ethiopië waarbij ik Dessie, Lalibela, Korem, Mekele, Adi Arkay, Debark en de Simien Mountains, Gonder, Bahir Dar en Lake Tana bezocht.
- 11 t/m 14 november verblijf in Addis Abeba
- 15 t/m 29 novemer reis door Oost-Ethiopië en Somaliland, waarbij ik Harar, Jijiga en Awash bezocht in Etiopië, en Hargeisa (hoofdstad), Las Geel en Berbera (Golf van Aden) in Somaliland.
- 30 november t/m 5 december verblijf in Addis Abeba met kort verblijf in Debre Zeyit
- 6 december t/m 21 december reis door Zuid-Ethiopië waarbij ik (Lake) Ziway, Awasa, Arba Minch, Korze, Konso, Key Afar, Jinka (inclusief het Mursi- en Bodi-volk in Mago National Park), Dimeka, Turmi en Omorate bezocht. Daarna terug via Konso en vandaar via Yabelo, Mega in één dag naar Moyale aan de Keniaanse grens.
- 22 december grensovergang en tot heden verblijf in Marsabit, Isiolo en Nairobi.
Mijn plannen voor de komende weken zijn o.a. met oudjaar naar Naïrobi, het spreken van enkele Nederlanders, bezoek aan een NGO op gebied van landbouw en globalisering, bezoek aan Rift Valley met onder andere Naivaisha-meer (en bloementeelt aldaar), bezoek van een paar betaalbare natuurparken, hopelijk bezoek aan de Masaï, beklimmen van Mount Kenia (als het weer het toelaat, want we zitten midden in de regentijd) en een verblijf aan de kust met o.a. bezoek aan Mombasa en Lamu. Eerder had ik al Tanzania uit mijn plannen verwijderd, nu heb ik ook besloten om niet meer naar Oeganda te gaan. Dit ook uit kostenoogpunt, het scheelt me o.a. een visum van 50 dollar. Toen ik las over de hoge kosten van de natuurparken in Kenia en Tanzania en de prijs voor het beklimmen van de Kilimanjaro ($ 1500), heb ik mijn tijd in Ethiopië flink uitgebreid. Hier was alle reden toe; er is voldoende te zien voor vier maanden reizen en het is veel goedkoper. Ook is het land erg veilig en zijn de mensen aardig en hulpvaardig. Ook het uitstapje naar Somaliland was zeker de moeite waard.

Ik heb onlangs een ticket naar huis geboekt; ik vlieg 30 januari terug met Turkish Airlines van Mombasa naar Amsterdam via Istanbul. Dan kan ik weer gaan genieten van de Amsterdamse kou en de korte dagen, maar natuurlijk ook altijd een warme douche, een toilet waarop je gewoon de krant kunt lezen, en de krant en de tv met al haar actualiteiten (al is dit niet altijd genieten, en kan ik iedereen een tijdje zonder die tv aanraden, zelf weet ik helaas geen maat te houden in Nederland, de enige ontsnapping voor mij is een reis maken). Ook is het altijd weer heerlijk om niet continu op je spullen te hoeven letten, en ben ik blij van de angst af te zijn om waardevolle dingen (vooral de memory cards met foto’s) kwijt te raken. Maar het is nog niet zover, je zou bijna denken dat ik zo snel mogelijk naar huis wil. Nu had ik over Kenia wel de nodige zorgen, vooral in Naïrobi is veel criminaliteit en zijn er af en toe bomaanslagen door Al Shabab. In Kenia zijn ook veel wapens in omloop, vooral onder de verschillende stammen die geregeld met elkaar in gevecht raken over land en vee. In november werden er in een gevecht tussen bandieten (waarschijnlijk van het Turkana-volk) meer dan 40 politieagenten vermoord. Zij waren in een hinderlaag gelokt. Ook is er onrust rond de Somali-minderheid, sinds Kenia heeft meegestreden tegen al-Shabaab in Somalië. Er zijn de afgelopen maanden terroristische aanslagen van al-Shabaab geweest waarop alle Somali die hier wonen worden aangekeken. Zo genoeg inleiding nu terug naar Oost-Ethiopië.

Harar, de mooiste stad van het land
Op 15 november om 5 uur ging de wekker om de bus naar Harar te halen. Om 5 euro voor de taxi te besparen, liep ik dit keer naar het busstation. De laatste twee kilometer kon ik gelukkig mee met een minibus voor 15 Eurocent. De reis zou zo’n 11 tot 12 uur duren. Eerst krijg je drukke steden als Debre Zeyit en Nazret (ook wel Adama genoemd), daarna daalden we af in de Rift-vallei, waar o.a. de Awash-rivier doorheen loopt. Het landschap werd steeds droger, en landbouw maakte plaats voor extensieve veehouderij door het Afar- en Kereyu-volk. Zij leven in makkelijk verplaatsbare hutten van houten spanten bekleed met textiel en plastic. Twee weken later kwam ik erachter dat door de landgrab vooral deze manier van levensonderhoud van de Afar ernstig bedreigd wordt. Grote stukken aan de Awash-rivier worden namelijk geleasd aan buitenlandse investeerders (zie hierna). Vervolgens steeg de weg weer en bereikten we weer de hooglanden waar het Oromo-volk kleinschalige landbouw bedrijft. Hier is namelijk weer voldoende regenval.

Dit is ook het belangrijkste productiegebied van de qat, het geestverruimende groene blad waar veel Ethiopiërs en Somali niet zonder kunnen (en Kenianen ook niet, hier noemen ze het mirra). Vanuit dit gebied worden zij over de hele wereld voorzien. De qat wordt verkocht aan kleine takjes die nat gehouden moeten worden. Alleen de blaadjes worden gebruikt al dan niet in combinatie met een pinda. Je kauwt hier een minuut of vijf op, waarbij je de vrijkomende sappen doorslikt, en uiteindelijk ook de rest door kunt slikken. Na een half uur moet je dan meer energie voelen en krijg je een wat ongeremdere stemming. Een beetje vergelijkbaar met alcohol. Dit laatste is echter niet toegestaan door de Islam, maar Qat vreemd genoeg wel. Als je pech hebt eindigt de trip met een down-stemming. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar zowel de upper als downer waren erg mild bij mij. Vooral in Harar zie je echter veel mannen die wat laveloos langs de kant van de weg zitten met hun zak qat. Dagelijks gebruik lijkt me ook zeker niet aan te raden.

Rond half zes kwamen we aan in Harar, het werd al donker. Omdat we zover naar het Oosten reisden, meer dan een half uur eerder dan in Addis. Ik besloot wederom naar het hotel te lopen, maar dat was achteraf niet erg slim. De bajaj-brommertaxi’s zijn erg goedkoop en het beoogde Tana-hotel was een stuk verder dan ik gehoopt had. Ik liep zo’n drie kwartier met volle bepakking vals plat berg op. Hevig zwetend eindelijk aangekomen, bleek het hotel vol, en dat gold ook voor de buren. Dus dan maar weer teruggelopen naar het Ras-hotel dat duurder was. De volgende morgen bleek echter onverwachts dat het ontbijt bij de prijs was inbegrepen. Ook was er een douche en wc op de kamer en was het internetcafé op hetzelfde terrein gevestigd. Hier zou ik de komende dagen vele uren doorbrengen om mijn reisverslag te typen en de foto’s te selecteren en up te loaden op facebook. Dat het de eerste dag bewolkt was, kwam me dan ook goed uit; zonder schuldgevoelens een dag achter de computer. De tweede dag was het wel zonnig en ging ik de oude stad in. Deze is volledig ommuurd, de toegang is alleen mogelijk via zes mooie poorten, en een enkel klein persoonsgroot gat. De belangrijkste poort is Harar-gate waar ook gemotoriseerd verkeer door kan, de mooiste en beroemdste (o.a. als beeltenis op het etiket op het gelijknamige bier) is echter Shoa-gate. Bij deze poort is overdag zowel voor als achter de muur een voedselmarkt gaande. Ook bij Erer-gate is zo’n markt; Oromo-markt. De stad bestaat verder uit eindeloze smalle steegjes tussen witte huizen die vaak ook geschilderd zijn in felle kleuren. De grootste aantrekkingskracht zijn echter de mensen, die voor het grootste gedeelte moslim zijn. Vooral de vrouwen zijn erg vrij in de omgang en maken makkelijk contact. Ook maken de mensen niet te veel problemen van het maken van foto’s, kinderen en sommige vrouwen gaan zelfs graag op de foto. Af en toe vragen ze hier geld voor, waarbij ik kinderen nooit wat geef (met uitzondering van de tribes in Omo-vallei). Vaak zijn ze al uitgelaten als ze hen en hun vriendjes terug zien op de camera.
Op zondag werd ik zelfs in het voorbij lopen, thuis uitgenodigd door Aziza, een achtienjarige lerares die samen woont met haar iets jongere zus, haar moeder en een jonger broertje. Ze was ongesluierd en ik kreeg meteen thee en later mango-juice en een bord rijst. Ze hadden een prachtige traditionele woonkamer. Ze stelde later voor om mee naar het voeren van de hyena’s te gaan, een dagelijks ritueel een uur nadat het donker is geworden net buiten Erer-poort en een andere plek.
Omdat toeristen zoals ik de juiste plek niet weten, zijn er vele would-be-guides, die je tegen betaling wel willen brengen. Ook betaal je dan nog aan de mensen die de hyena’s voeren met slachtafval. Uiteindelijk ging niet zij maar een neef mee, die haar waarschijnlijk op het hart had gedrukt, niet te komen (tegen onze afspraak) zodat hij wat bij kon verdienen. Helaas had ik ook al aan een ander jongen beloofd naar het centrale plein te komen, maar ik vond dat ik (de familie van) deze familie ook iets terug moest geven, voor het gastvrije onthaal. Een betaling voor het eten en drinken wilde de moeder namelijk niet aannemen. ‘Allah will take care’, zei ze. ‘Natuurlijk’ kwam ik deze jongen later tegen, en hij was hevig teleurgesteld. Volgens zijn zeggen had hij een andere toerist laten schieten, omdat hij op mij wachtte. Ik gaf hem een kleine financiële genoegdoening, waar hij niet erg tevreden mee was. Ook de neef die ik al betaald had en meeliep, wou uiteindelijk meer geld zien, wat ik weigerde, maar het geheel liep zo toch wat teleurstellend af. Het zien van de eerste hyena’s in het wild was namelijk wel heel bijzonder. Wat schoorvoetend komen ze uit het donker te voorschijn, ze weten namelijk dat ze hier dagelijks vlees kunnen vinden. Een enkele durfal griest zelfs het vlees uit de mond van de man. Ik bedankte voor de eer omdat ook zelf te proberen, maar Doron uit Zuid-Afrika hield er een mooie foto aan over. Ook dode dieren worden op straat buiten de poort gegooid. Van een al stinkende dode ezel op straat die we zagen toen we naar de voederplek liepen, was na een half uur al weinig meer van over. De joelende kinderen die hier op afkwamen, maakte een terugkeer van de roedel hyena’s echter voorlopig onmogelijk.

Dan verdere bezienswaardigheden. Ik was erg onder de indruk van het Rimbaud’s House. Arthur Rimbaud was een Franse dichter, reiziger (in o.a. Afrika, Jemen en Indonesië) en handelaar. Hij leefde hier enkele jaren voor hij op 37-jarige leeftijd overleed aan een tumor aan zijn been. Zijn levensloop en reizen warden uitgebreid behandeld, ook is er een bibliotheek met interessante oude boeken en prachtige foto’s van Harar uit de periode 1875-1940. Het huis is in oude stijl met veel gebruik van hout en gekleurd glas. Het Rastafari-house – het gebouw waar Haile Selassie zijn witte broodsweken vierde – is ook interessant door het museum wat er in is gevestigd. Ik was minder te spreken over de onverwachte prijs (nadat ik het ticket gekocht had, kwam die aap uit de mouw) die je moest betalen voor het gebruik van je camera, dus dat ik weigerde ik. Gelukkkig liet de begeleidende suppoost me toch wat foto’s van Oromo-kledij en sierraden maken. Verder zijn er vele mooie graftombes van belangrijke mensen, die als een soort heiligdommen worden vereerd. Maar het beste kun je gewoon gaan dwalen door de steegjes; op elke hoek kun je een onverwachts ‘juweeltje’ vinden.

De omgang met gidsen en would-be-guides, part 1 - Part 2 behandel ik bij Konso in het volgende verslag

Op straat ontmoette ik nog een andere gids die een middagje aan het wandelen leek met zijn vrienden. Hij werkt voor het toeristenbureau en bood me een gratis – don’t worry – uitstapje naar de katholieke St. Antoniuskerk aan, net buiten de stadsmuren. De kerk met dezelfde naam als degene in mijn geboortedorp Veulen. Er woonde een oude non bij die de deur voor me opende en ik wat geld gaf voor deze moeite. Volgende bestemming was de nabijgelegen oude begraafplaats, waar ook Europeanen en soldaten begraven liggen. Hij begon plotseling over ‘extra time’, maar een eerder aanbod voor een gratis bezoek aan een ziekenhuis van een Duitse arts had ik al afgeslagen. Dus ook na drie keer aandringen naar een fooi, hield ik hem aan zijn woorden ‘Don’t worry’ en dat het niet goed voelde alsnog geld te betalen. Helaas kon ik hem ook niet aan een tocht met de hyena’s helpen, omdat ik dat al beloofd had aan die andere jongen. Maar na het bezoek aan Aziza brak ik die belofte alsnog, en ging dus met haar neef. Het valt niet mee om het goed te doen, maar de freelancers in de toeristensector zijn ook niet snel tevreden ook al krijgen ze een opdracht. Bij Lake Ziway sprak ik een bedrag van 7,5 euro af met twee roeiers die me naar de Nijlpaarden verderop zouden brengen. Deze 3,75 euro is per man net iets minder dan mensen die in de Nederlandse bloemenkassen werken (verderop aan het meer) in een week verdienen. Zij moeten hier echter 6 dagen a 11 uur voor werken, de vrije dag is wisselend.
De nijlpaarden waren volgens hen verder weg dan normaal dus moesten ze langer varen. Ook stopten we bij een klein dorpje waar we vissoep aten. Ze waren duidelijk blij met hun opdracht tegenover vrienden en kenissen, want er waren verder geen toeristen. Echter zo’n twintig minuten voor we aankwamen aan wal, moest ik alvast betalen. Zo konden ze nog al die tijd zeuren over een fooi, die ik tot vijf keer toe weigerde. Een deal is een deal, maar door deze houding alles te proberen (waar is hun trots?) gaan we toch gefrustreerd uit elkaar. Toen ik een sigaret opstak: ‘Oke, give me a cigarette. One more.’ Voor zijn collega dacht ik. Nee hij wou er zelf twee, en zijn vriend ook. Die kregen ze natuurlijk niet en ik verzuchte: ‘Never enough, it’s such a pity’.
Onverwachts uitstapje naar de kamelenmarkt
De gids naar de katholieke kerk had nog één waardevolle tip die niet in de Lonely Planet staat: op maandag en donderdag is er kamelenmarkt in Babille, zo’n 3 kwartier rijden van Harar. Hoewel het op weg is naar Jijiga en Somaliland, besloot ik mijn rugzak in het hotel te laten en op en neer te gaan. De markt ligt zo’n 2 kilometer buiten het dorp op een schitterende plek met uitzicht op bergen en een mooie valley. Het was een waar fotografenparadijs, met de onverstoorbare en zeer tamme dromedarissen als decor. Ook waren er gezellige overdekte theehutjes, waar ook veel qat gekauwd werd. Naast de dromedarissen werd het overage vee verhandeld. Zie facebook voor het resultaat.

Tussenstop Jijiga
Door de Valley of Marvels met rode rotsen in allerlei aparte vormen en een steeds droger landschap kwam ik aan in Jijiga. Het is de hoofdstad van de Somali-regio, dus de meerderheid is hier moslim. Er zijn echter ook enkele Orthodoxe kerken. Bij een nieuwbouw zijnde kerk werd ik - tot verbazing van veel omstanders en zijn collega - weggestuurd door een bewaker. Ik mocht geen foto maken, wat ik een stukje verderop toch deed. Het moet namelijk niet gekker worden. Ook in Harar waren overigens foto’s van de buitenkant van een kerk vanaf de binnenplaats niet toegestaan, wel van buiten de poort. Moskeeën kun je wel altijd (gratis) van buiten fotograferen, maar helaas mag je bijna nooit naar binnen. Buiten bij een oudere orthodoxe kerk was een ceremonie gaande met mooi gezang en de karakteristieke drum en enthousiast meeklappende kerkgangers. De mannen en vrouwen zijn overigens gescheiden hierbij. Na afloop nodigde de priester me uit om de volgende dag een belangrijke feestdag mee te vieren, maar helaas stond Somaliland op de planning.
Ik moest ook wennen aan een nieuw fenomeen; Somali-restaurants hebben bijna nooit een menu. Niet erg handig, maar met behulpzame obers en goed rondkijken wat anderen eten, kom je een heel eind. De maaltijd in Jijiga was b.v. heerlijk, met spaghetti en een grote salade. Vroeg naar bed zat er helaas niet in, want het hotel deed ook dienst als bar, met muziek tot 23.30 uur. Dan maar met een bier naar mijn kamer en in het dagboek schrijven.

Via Wajaale naar Somaliland
Het busstation was zo’n 2,5 km van het hotel, dus hoopte ik op een bajaj. Maar helaas was de vraag groter dan het aanbod, dus weer lopen geblazen. Gelukkig was het nog lekker koel. Mijn doel was de bus van 6.30 uur, en had geluk; er waren nog zo’n 5 plaatsen over. Op weg naar de grens bij Wajaale werden we twee keer gecontroleerd bij een politiepost. Ik dacht misschien met het oog op het gevaar voor terroristische aanslagen, maar het ging vooral om het tegengaan van smokkel (van o.a. Kleren) en van de uitvoer van dollars uit het land. Ik liet $100 zien, maar had op andere plekken nog zeker $150 meer en zo’n 80 euro. Onmisbaar omdat er geen ATM’s zijn in Somaliland en traveler cheques momenteel helemaal waardeloos lijken in Afrika. Gelukkig konden Ethiopische Birr ook makkelijk op straat worden gewisseld, al was het tegen een slechte koers.
De grensovergang ging heel soepel, binnen twintig minuten was ik Somaliland binnen. Het uitzicht was vreemd te noemen, een rokende vuilnishoop waar mensen naar wat waardevols zochten, en twee grote bomen met ibissen. Vlakbij stonden vrachtwagens en wat shared taxi's, alle doornige struiken hangen vol met die lichtgewicht plastic zakken die je automatisch meekrijgt in elke winkel, als je ze niet pertinent weigert. Ezelkarren met grote tonnen erop reden rond om het water te distribueren. Verder waren er veel billboards waarop kandidaten voor de lokale verkiezingen van over een week, zich aanprezen. Ook een vreemde gewaarwording, de auto’s rijden rechts, maar als erfenis van de Britse kolonisatie hebben de auto’s hun sturen ook rechts. Dus niet erg veilig als je een auto wilt inhalen. Het schijnt dat ze in de toekomst auto’s met sturen aan de linkerkant gaan importeren.
Voor transport naar de hoofdstad Hargeisa hoopte ik op een bus, maar die rijden alleen binnen de steden. Voor lange afstanden ben je afhankelijk van gedeelde taxi’s. Dat betekent twee personen op de voorbank, vier op de achterbank en drie tot vier mensen voor minder geld in de kattenbak. Hoewel de auto’s over het algemeen groter en luxer zijn dan in Ethiopië, was het niet erg comfortabel. Ik kwam na wat onderhandelen en zo’n twee uur wachten met een lange Ethiopiër op de bijrijdersstoel terecht. De chauffeur moest een stukje opschuiven, maar het paste. Het drogere landschap van Ethiopië maakte nu plaats voor een woestijn, met struiken. Met uitzondering van wat heuvels op de achtergrond was het landschap volkomen vlak. De eerste dertig kilometer reden we over mul zand, waarna we op de asfaltweg van Djijbouti naar Hargeisa terecht kwamen. Zo’n vier keer werd mijn paspoort op meer of minder vriendelijke wijze gecontroleerd bij politieposten. De rit ging verder snel we waren al rond 14.00 uur in Hargeisa.

Hargeisa, stad in opbouw
Somaliland is nu 21 jaar onafhankelijk van Somalië. Ze hebben echter de pech dat behalve Ethiopië geen enkel land hen als zodanig accepteert. Dus officieel heb ik Somalië bezocht, hoewel men een eigen vlag en munt heeft. Ook zijn er vrije verkiezingen en een vrije pers. Van oorlog of onveilige toestanden is geen sprake meer. Dat was voor de onafhankelijkheid wel anders. Heel Hargeisa is platgebombardeerd door Somalische vliegtuigen in een oorlog tussen 1988 en 1991. De Isaq-clan die hier 80% van de bevolking uitmaakt, kwam in op stand tegen de communistische dictatuur vanuit Mogadishu. Men heeft een sterke traditionele bestuurscultuur gebaseerd op raden van stamoudsten, en konden een centrale overhead ver weg niet langer accepteren. Ze vochten met 3.000 man tegen een overmacht van 70.000 - volgens Rabi (65) uit Berbera - maar wonnen uiteindelijk. Het resulteerde uiteindelijk in de zelfgekozen onafhankelijkheid in 1991. Volgens hem zit het er niet meer in dat er één groot land voor alle Somaliërs gevormd gaat worden en Somaliland zich weer aansluit bij Somalië. Daarnaast woont een deel van de Somali in Kenia en Ethiopië. De strijd voor één groot Somalië werd in de jaren zestig verloren, o.a. door een te groten tegenmacht van het Keniaanse leger.
Een neergehaalde MIG-straaljager van het Somalische leger siert het nationale monument midden in de stad. Verder valt het gebrek aan asfalt in het centrum op, waardoor op sommige plekken in een min of meer constante zandstorm rondloopt. De stad heeft verder een redelijk welvarend uiterlijk, met hippe winkels en luxe auto’s. Opvallend is het grote aantal vluchtelingen, of kinderen van vluchtelingen dat terugkeert naar de stad, na verblijf van soms tientallen jaren in Europa. Abdullah, een ‘Nederlandse’ jongen van begin twintig was net een bedrijf begonnen in verhuur van filmapparatuur en auto’s. Hij had geen plannen om terug te keren naar Nederland. Een Engelse jongen van 17 kwam hier om zijn familie en stamafkomst te leren kennen. Erg grappig om hem te horen met zijn platte Engelse accent. Een Noors pubermeisje was hier voor een paar maanden om haar familie op te zoeken, maar verlangde ook wel weer naar huis.
Meest bezienswaardig is de grote markt die grotendeels overdekt is, en wat weg heeft van een Arabische bazaar. Foto’s knippen was mogelijk, maar wordt niet altijd op prijs gesteld. Verder loopt er een nu droogstaande rivier (Waheen) door de stad en zijn er een paar impossante moskeeën te zien. Op verschillende plekken zitten geldwisselaars achter kippenkooien met daarin enorme stapels Somaliland shillings. De meest voorkomende biljetten zijn 500 en 1000, een dollar is zo’n 6500 shilling. Dus dat betekent dat je veel biljetten nodig hebt om een iets groter bedrag af te rekenen. Gelukkig geeft de bank ook biljetten van 5000 uit. Qua eten sprong restaurant Waheen eruit; goed, veel en goedkoop. Ik at er elke morgen een bord bonen met brood en thee (ook populair in Ehtiopië als Full en hier in Kenia (Marasabit en Isiolo). Het is wel een mannen-restaurant, vrouwen en mannen eten overal gescheiden. Dat betekent lange tafels waaraan iedereen bij elkaar zit, veel geschreeuw, rondrennende obers, zo snel mogelijk je bord leegeten, afrekenen bij de kassa en wegwezen. Voor zo’n $10 had ik bij Hotel Hadhawanaag een luxe hotelkamer met douche en een TV, waarop zelfs BBC World te zien was. Ik had een behoorlijke actualiteitenachterstand en de oorlog in Gaza was zojuist gaande, dus de eerste dagen zat ik zo’n een uur of 5 voor de tv. Tot de herhalingen van het nieuws zoveel op elkaar leken, dat het tijd werd de tv uit te zetten en wat nuttigs te gaan doen. Vanwege de hitte en de sterke zon is het sowieso is het niet raadzaam tussen 10 uur en 16 uur veel buitenshuis te doen. De winkels gaan ook zo’n twee uur dicht rond lunchtijd, op vrijdag blijft vrijwel alles gesloten, behalve gelukkig een internetcafé. Op advies van een Italiaan verhuisde ik na een paar dagen echter naar hotel Maweel, wat de helft goedkoper is.
In vergelijking met Ethiopië werd ik op straat veel aangesproken door voorbijgangers. Het rijtje vragen was ongeveer als volgt: How are you?, What is your name? Where are you from? Are you a journalist? Er kwamen verkiezingen aan, en buitenlanders waren nog steeds erg schaars, dus ging men er maar vanuit dat alle buitenlanders vanwege de verkiezingen hier waren. Ook was men erg benieuwd wat je van het land vond. Net als Ethiopiërs is men namelijk erg trots op het land. Hier is echter wél sprake van een echte democratie met vrije verkiezingen. De verkiezingscampagne liep op haar hoogtepunt met dagelijks vele verkiezingskaravanen met enthousiaste jongeren – waaronder opvallend veel meiden – in en op minibussen en 4-wheel-drives. Rabi vertelde dat fundamenteel islamitische invloeden geen kans maken in de politiek. Als men Al-Shabaab ondersteunt kan men in Somalië mee gaan vechten, maar loopt men het risico uit de gemeenschap verstoten te worden. Er zijn ook geen islamitische partijen toegestaan in de politiek, dus het invoeren van de shariah is ook uitgesloten. Binnen het bestuur van het land nemen de raden van stamoudsten nog steeds een centrale plaats in, naast de gemeenteraden en het nationale parlement.
Naast het bekijken van de bezienswaardigheden in Hargeisa, was het eerste doel was een visum voor Ethiopië, zodat ik weer terug het land in kon. Uiteindelijk kreeg ik mijn visum naar twee keer voor niets het lange stuk te hebben gelopen. De eerste keer was 11 uur te laat voor hen, de tweede keer hoopte ik onterecht op een Ethiopisch Christelijke uitzondering van de weldadige vrijdagsrust. Op zaterdag waren ze gelukkig wel open, en na twee uur wachten kreeg ik het paspoort meteen mee. Tweede doel was een permit naar Berbera, of zoals Doron had verteld; het telefoonnummer van een politiechef waarmee je ook zonder permit door de politieposten heen kon. Drie jaar geleden had je overigens bij elke reis buiten Hargeisa een begeleidende soldaat nodig, nu gingen ze hier soms een stuk soepeler mee om. Het was echter heel onduidelijk wat wel en niet vereist was.

Las Geel, don’t miss it
Op straat in Hargeisa kwam ik Pieter (47, Duitsland) en Atilio (62, Italië) tegen die nog een derde doel hadden: de prehistorische rotsschilderingen bij Las Geel. Ze overtuigden me dat ze het goedkoop wilden doen, en dat het echt de moeite waard was. Dat betekende ook meteen een hoop extra regelwerk, want vervolgens waren vereist: een permit van het ministerie van toerisme, een soldaat ter begeleiding (bleek later) en het regelen van het vervoer. Over dat laatste waren we het eens om dat met lokale bus te doen en vervolgens 6 km te lopen. De permit annex entreebewijs kregen we redelijk gemakkelijk a raison van $25. Toestemming van de politie voor Las Geel en het regelen van een permit voor Berbera was een langduriger en vermoeiender verhaal. De gewenste chef kreeg ik niet te spreken, de Italiaan had achteraf een goedkope permit van $5 voor Berbera gekocht. Ik nam maar geen risico en haalde hetzelfde permit drie dagen later op voor $10. En wat betreft Las Geel werd de volgende morgen pas duidelijk wat de politie precies wou: een soldaat voor $50 meesturen. Na wat onderhandelen kregen we het naar beneden tot $10 ieder. Hij was echter niet blij dat we met de lokale bus wilden gaan, en hij een stuk moest lopen. Bij de taxistandplaats stond zijn redding een privé-taxi, die we na onderhandelen toch maar namen voor $13 ieder.
Las Geel licht aan de weg naar Berbera. Het landschap was gevarieerd met af en toe een dorp in de woestijn bestaande uit rotsen, stenen en struikgewas. Af en toe zagen we een kudde kamelen, geiten of schapen en metershoge termietenhopen. De chauffeur bleef ondanks mijn meerdere verzoeken wat vaart te minderen, maar doorjakkeren. Wel kregen we twee fotostops. Bij Dhubato verlieten we de hoofdweg en gingen een bijna niet bestaande onverharde weg in. De rotsschilderingen waren pas in 2003 ontdekt door Franse archeologen. En het uitzicht en deze slechte weg droegen allemaal bij aan het gevoel op weg te zijn naar een nieuwe schat in the middle of nowhere. Na zo’n 5 kilometer kwamen we uit bij een controlepost met slagboom, waar we gezelschap kregen van een bewaker annex gids. Hij nam ook onze permits in. We beklommen een roodkleurige heuvel aan de overzijde van een net niet droogstaande rivier. De schilderingen bevinden zich in zo’n vijf half open grotten en waren goed met daglicht te bekijken. Ze zijn zo’n 4.000 tot 4.500 jaar oud en zeer goed bewaard gebleven. Het betreft vooral tekeningen van koeien, mensen en allerlei symbolen, in de kleuren rood, zwart en wit. Mede door de locatie had het veel weg van de heilige tekeningen van de Aboriginals rond Ayers Rock. Het uitzicht op de rivier en de verder weg liggende bergen was ook schitterend. Aan de soldaat hadden we niet veel meer gehad, dan dat hij vriendelijk zwaaide bij politieposten en we wat sneller konden doorrijden. Nu werd zijn aanwezigheid ronduit destructief omdat hij loszittende stukjes steen van het ‘plafond’ van de rotsen pulkte en deze meenam. Hij beschadigde nog net geen tekeningen maar het scheelde niet veel. Hij trok zich echter weinig van mijn opmerkingen daar mee te stoppen. Al met al een prachtige plek, en het zou zeker een World Heritage Site zijn als Somaliland onafhankelijk verklaard zou zijn. We hadden geluk dat de entrée nu nog redelijk betaalbaar was en er nog weinig beschadigd is.

Vergane glorie in Berbera
Minstens zo interessant is de havenstad Berbera aan de Golf van Aden. Eindelijk zag ik de zee weer eens en zwom er in. Zo’n vier kilometer van Berbera zijn prachtige vrijwel uitgestorven witte stranden te vinden. In Berbera vallen vooral de prachtige pakhuizen en winkels op, waarvan een gedeelte deels platgebombardeerd is in genoemde burgeroorlog. Gelukkig hebben ze de rest (zoals prachtige gevels) laten staan, dus restauratie is nog steeds mogelijk. De bouwstijlen laten invloeden vanuit Turkije, Jemen, Pakistan en India zien. Er werd namelijk eeuwenlang handel gedreven met deze landen en zij woonden ook hier. Door de oorlog is hier een einde aangekomen. In de haven drijven verder wat halfvergane schepen en een scheepskraan. Een groot deel van de bevolking is actief in de kleinschalige visserij, waarbij sommige schepen een dag weg blijven andere een aantal dagen. Ze nemen ijs mee om de vis te koelen. Ze vissen vooral op tilapia, tonijn en haai. Als het goed is wordt er binnenkort een koelhuis gebouwd om de vis langer in op te kunnen slaan. Men heeft echter last van grote buitenlandse vistrawlers die grote hoeveelheden vis wegvangen. Verder wordt de haven nog steeds gebruikt voor im- en export o.a. voor goederen van en naar Ethiopië. Uit het oogpunt van stabiliteit hebben zij echter gekozen voor Djibouti als belangrijkste haven. Zou er echter geïnvesteerd worden in de opbouw van de deels verwoeste pakhuizen, in de visserij en in het toerisme, dan heeft Berbera veel potentie weer uit te groeien tot een bloeiende stad.
Maar ook nu is er genoeg te zien. Zoals een uitgestrekt en verlaten havengebied, waar vele vogels te zien zijn. De vergane glorie heeft ook wel zijn charme. (zie foto’s) De nog in gebruik zijnde haven is afgesloten door de politie, maar op weg er naar toe kwam ik nog een groep uitgelaten vrouwen tegen. Te veel qat gehad? Twee vrouwen nodigden me jolig uit foto’s van hen te maken. Eén van hen ging zover dat ze haar hoofddoek afdeed en haar gevlochten haar liet zien en ook een foto zonder hoofddoek toestond. Bij de haven wilden twee voetbalteams op de elftalfoto. Ze vroegen verder niet om een foto of zo. Erg grappige momenten.

‘Problemen’ om van te leren
Ik kwam Atillio weer tegen in HotelAl Medina, hij had besloten hier een korte strandvakantie te houden, en ging s’morgens en laat op de middag zwemmen in zee. Het was zonder meer de heetste plek tot nu toe, maar het schijnt nu het wat koelere seizoen te zijn. Tijdens de heetste tijd kan het hier gemakkelijk 45 graden worden. Hij had wat meer geluk met de kamer in het hotel dan ik, bij betaalde zo’n $ 3,5 voor een single-room, met goede open tochtgaten om de de hitte te verdrijven en een goede matras. De double van mij was $ 6 maar had die gemakken niet. Nu kon ik twee dingen doen gaan klagen en om een korting vragen (die ik waarschijnlijk niet zou krijgen, waardoor ik nog gefrustreerder zou raken), of het maar accepteren en blij zijn dat ik een goedkope kamer in een centraal gelegen en verder mooi hotel had. Mensen worden vaak ongelukkig door wat ze niet hebben in vergelijking met anderen in plaats van te waarderen wat ze wel hebben. Ik moest hier ‘even doorheen’ en herinnerde dat ik de jeugd wel eens te horen kreeg dat ik altijd bang was wat tekort te komen. Een goed moment om dat achter me proberen te laten. Dus ik ben achteraf blij dat ik het het maar zo gelaten heb en verder niets gezegd heb tegen de hoteleigenaar.
Een leermoment was verder het diner met Atillio en een jongen die zei hem eerder ontmoet te hebben. Hij zou in Kenia gestudeerd hebben en vroeg of hij mee kon eten. We waren er niet echt blij mee maar uit beleefdheid zeiden we maar geen nee. Hij bestelde verder niets en ging er vanuit dat wij dat wel voor hem zouden doen. Van een open gesprek was verder geen sprake, meer een ijzige stilte. Vervolgens bleek de rekening duurder uit te vallen dan afgesproken (na contact tussen hem en de ober) en zou hij wel betalen. Hij pakte ons geld van de tafel en wou het aan de ober geven. Ik doorzag net op tijd zijn truc om een deel in zijn eigen zak te steken, en liep achter hem aan en griste het geld uit zijn handen. Give the money to him, schreeuwde ik kwaad. Hij had toen wel door we niet dat we wel klaar met hem waren en liep weg. Weer een les: ben niet bang je gevoelens op tijd te uiten of je intuïtie te volgen, want als je dat niet doet kom je jezelf daarna nog harder tegen. Doron uit Zuid-Afrika (die ik in Addis ontmoette en waarmee ik naar Lalibela reisde) liet zich bij de grensovergang tussen Tsjaad en Niger ook ompraten door mensen, en ging zelfs illegaal de grens over. Uiteindelijk werd hij gepakt en moest een grote afstand opnieuw afleggen voor een visum, waarbij ook nog eens $100 gestolen werd door douanebeambten. Op facebook twijfelde hij openlijk aan God door al dit ongeluk, en zei ‘Stick to Plan A en laat je niet overhalen’. Opvallend trouwens dat naast de vele vriendelijke mensen, enkele mensen na de drie standaardvragen gewoon plompverloren zeggen: ‘Give me the money’, en dit zonder enkele gene.
Dan het ‘gedoe’ rond het krijgen van een betaalbare plek in een shared taxi. Vanwege de rugzak werd er standaard een bedrag bij het normale tarief opgeteld. De vraag was echter steeds hoeveel, en of je er wat van af kon onderhandelen. Bij de taxi van Hargeisa naar Berbera duurde dit spel twee uur, mede omdat de auto nog niet vol was. De prijs voor die rugzak kon ongeveer $ 1 of 2 zijn bij een ritprijs van $6 of 7. Deze chauffeur wou echter $3,5, wat ik weigerde, met $2,5 ging hij lang niet akkoord. Na een uur zei hi joke, maar toen puntje bij paaltje kwam wou hij weer zijn eerder genoemde bedrag. Dus de rugzak voor de 2e keer van de auto gehaald en weer uitgestapt. Totdat hij uiteindelijk een uur later $9 toch wel erg veel vond om te laten schieten.
Bij de rit van Hargeisa naar de grens bij Wajaale ging men snel akkoord met $7, dus dan zou de rugzak gratis zijn. Bij het instappen kwam de aap uit de mouw, ze hadden een zitplek op de grond in de kattenbak voor me in gedachten, met naast me nog drie andere personen. Op de achterbank zaten in tegenstelling tot normaal geen vier maar drie mensen: een jonge vrouw met een jongen en een meisje van een jaar of 12. Ze zaten heel ruim want hadden ook voor de vierde plek betaald. Maar ik wist zeker dat de anderen in de kattenbak geen $7 betaald hadden. Onderweg zat het toch wel erg ongemakkelijk en ik vreesde voor mijn rug gedurende de laatste dertig kilometer over onverharde weg. Dus zei ik tegen de chauffeur zei dat ik voldoende betaald had voor een normale zittenplaats, toen wees hij op mijn rugzak. Ik had het nog over ‘verwende kinderen’ en dat moslims normaal zo’n eerlijke mensen zijn. Ze gaven geen krimp. Tot een politiepost uitkomst bood. Ze wilden mijn paspoort zien en ik sprong meteen naar buiten. De chauffeur zei nog, ‘Blijf zitten’, maar tevergeefs. Gelukkig lieten ze me meteen toe op de achterbank. ‘Everybody happy’ zei ik, omdat ook de drie anderen in de kattenbak nu een stuk meer ruimte hadden. Dus klagen en opkomen voor je (vermeende) recht heeft zin, als je een kans ziet op een positieve uitkomst. Anders levert het alleen maar gezichtsverlies op.

Tenslotte was ik op zoek naar een kleine vlag van Somaliland, zoals ik van elk land dat ik bezoek verzamel. Het lukte maar niet deze te vinden in een winkel. Al eerder had ik bij een kantoorwinkel deze vlag gezien, maar zij wisten ook niet waar deze te koop was. Op mijn laatste dag in Hargeisa kocht ik wat pennen in deze winkel en zei terloops dat het erg moeilijk was de vlag te vinden. Spontaan pakte een medewerker de vlag van zijn bureau en gaf hem aan mij. Wat de vlag kostte? Niets, zei hij. Het is deze vrijgevigheid en gastvrijheid die ik vooral zal herinneren van dit bijzondere land. Bij de grens dronk ik nog een thee en kocht een man een brood van mijn laatste shillings en nam ik toch wel met weemoed afscheid.

Via Harar naar Awash, een onverwachte onmoeting
De terugtocht via Wajaale en Jijiga naar Harar verliep verder soepel. Ik had nog twee uur de tijd om nog wat vergeten hoeken van de binnenstad van Harar te bekijken. Zo bezocht ik nog een tombe van de stichter van de stad en zag enkele pleinen met impossante bomen. Helaas was Aziza niet thuis, maar liet haar de groeten doen.
Bij het hotel wilde ze mijn paspoort hebben om mee naar de politie te gaan. Een nieuwe regel? Ik informeerde later bij een Zweeds stel en die wisten van niets. Dus toen ik om 22.00 uur terug kwam en ze het me weer vroegen, weigerde ik tot drie keer toe. Gelukkig accepteerden ze het, want ik moest om 5 uur naar het busstation voor de bus naar Awash. Deze plek ligt halverwege Addis maar het ticket is nagenoeg even duur als de hele reis om de heenweg. Ik hoopte hier – op de markt – nu eindelijk eens de legendarische Afar-mensen tegen te komen en hoopte ook de Kikuyu te zien. Beiden zijn nomadische volkeren, die als enige kunnen overleven in de bloedhete woestijn in het Noord-Oosten van het land. In het Oosten leven zoals gezegd de Somali. Ik sliep in het sfeervolle Buffet d’Aouache, eigendom van een oude Griekse vrouw die alleen Frans spreekt. Vlakbij is een verlaten treinstation dat ligt op de lijn Addis – Djibouti. Misschien krijgt de verbinding binnenkort een tweede leven. Er wordt momenteel alvast hard gewerkt aan het verbreden en verbeteren van de weg die dezelfde route volgt. ‘s Middags ga ik naar de Awash-gorge, een op plekken diepe kloof waar de Awash-rivier doorheen loopt. Wat vervelende jongens gooien baldadig stenen naar beneden, maar raken me niet. Het is droge tijd dus de rivier staat niet al te hoog. De volgende dag die nomaden zien te vinden op de markt, maar die is uitgestorven op wat voedselkraampjes na. Bij het hotel kom ik in gesprek met een Francaise die voor een NGO werkt, en wat projecten met de Afar komt bezoeken. Ik had haar ook al de avond daarvoor gesproken. Ze zitten op een terras waar ik nog niet geweest was, maar naar ‘toegedreven’ leek, op zoek naar een bedienster met een menu.

Landgrab (van de Afar) in optima forma
Al gauw hebben we het over landgrab en of zij er ook problemen mee hebben. Ze kijken me veelbetekend aan, en ga snel mijn notitieblok halen. De deur van hun kamer gaat op slot, omdat er tegelijkertijd een conferentie voor overheidsfunctionarissen gaande is. Ze willen verder niet dat ik hun echte namen gebruik in een eventueel artikel.
Het blijkt dat het hele gebied dat rond de Awash-rivier ligt, is aangewezen om te worden geleased aan buitenlandse investeerders. Rond Aisaita zijn nu al grote suikerrietplantages aangelegd en is er een suikerrietfabriek gebouwd door een Indiase investeerder. Verder wil Ethiopië wil met geïrrigeerde teelt van katoen de grootste leverancier op de wereldmarkt worden. Rond Aisaita is drie miljoen hectare beschikbaar voor investeerders, waarvan 1 miljoen voor katoenteelt. De regering maakt ook ruim reclame op tv om zo potentiële investeerders aan te trekken.
Het betekent dat dit nomadenvolk geen toegang meer heeft met hun vee tot de rivier, en dat deze manier van levensonderhoud dus gedoemd is te verdwijnen. ‘Eerst zal het vee sterven en daarna de mensen.’ Sabira Hassan (schuilnaam) spreekt verder van een genocide die zich de komende tien jaar zal voltrekken. Tot 2008 hadden de stamoudsten nog het recht om hun mening te geven over dergelijke projecten en was consultatie verplicht. Maar door een nationale wetswijziging hoeft men de lokale bevolking sindsdien niet meer te raadplegen. Mensen die protesteren worden gearresteerd; er zitten nu minimaal 200 mensen in de gevangenis in verband met deze problematiek. Ook is de militaire aanwezigheid flink opgevoerd mede om de belangrijke weg(enbouw) op de lijn Addis – Djibouti te bewaken. Bij eerdere gevechten tussen miliairen en de lokale bevolking zijn 20 tot 30 mensen gedood.
De banen in de suikerindustrie worden overigens ingenomen door Indiase werknemers, dus alternatief werk is er voorlopig ook niet. Ook levert de omgang van de Indiërs met de lokale bevolking veel problemen op.
De twee Afar-mensen werken met de Franse NGO samen in een project voor scholen en zonnecellen. Personeel van de Franse ambassade zou binnenkort op bezoek komen om de projecten te bezoeken. Een uitgelezen kans om deze veel essentiëlere problematiek aan te kaarten, stelde ik voor. Maar nee, dan liep me kans ook het geld voor deze projecten te verliezen. Dus hield men zich in deze gesprekken verre van gevoelige politieke zaken. Daarbij heeft de Franse staat via Franse bedrijven in de Telecom grote mogelijke commerciële belangen en kansen in Ethiopië. Dus om die niet in gevaar te brengen, ziet men dit soort problematiek, maar even door de vingers. Ook hebben de Franssen hun grootste buitenlandse militaire basis gevestigd is Djibouti, hun voormalige kolonie.
Desselegn Rahmato klaagde ook al over de veel mindere kritische houding van de EU en in het bijzonder Nederland tegenover landgrab. Nederland stond volgens hem lang positief bekend als een land dat opkwam voor mensenrechten.
We besluiten dat ik in Europa nogmaals met de Sabira Hassan zal afspreken om meer details door te spreken. Vervolgens krijg ik een gratis rit van Awash naar Addis met Houmad Hamad Ali (schuilnaam) en krijg zo veel achtergrondinformatie over de situatie in Ethiopië.
Zoals eerder gemeld ga ik ook een artikel schrijven over deze landgrab in Ethiopië, waarbij naast de gesprekken met experts, de problematiek van de Afar en de volkeren Omo-vallei uitgebreid aan de orde zal komen.

Terug in Addis
Het laatste verblijf in Addis stonden er weer verschillende dingen op het programma: weer eens skypen met mijn zoon Tom en zijn moeder Lisette (helaas zonder camera), het repareren van mijn camera en lenzen, het inkopen van memory sticks, dollars wisselen, een visum voor Kenia regelen.
Ook hoopte ik Robi weer te zien voor een leuke nacht uit met de expats. Bij aankomst in het Taitu-hotel kom ik meteen Olivier Kohler uit Duitsland tegen, waarmee ik eerder een tocht over het Tana-meer en naar de Blue Niles-watervallen heb gemaakt. We bezoeken wat bars, kijken Engels voetbal en gaan naar een feest waarvoor Robi ons uitnodigt en ons ophaalt. Hij heeft zijn Kever ingewisseld voor een oude Renault 4. Het is een druk bezocht feest met westerse DJ en veel drank. Ik ontmoet Bezaworke weer die ik al eerder ontmoette tijdens de eerste nacht uit in Addis. En vervolgens zijn we zo’n vijf dagen onafscheidelijk en bezoeken de meren bij Debre Zeyit. Ook kon ik daarna een paar dagen in het huis van haar en haar zus verblijven, waarvan ze ook kamers verhuren aan buitenlandse studenten en expats. Het bleek het huis waar ik al eerder was geweest en toen al Marianne ontmoette, de vrouw waarvoor Kosmos een korte reis boekte, om haar ten huwelijk te vragen. Tevergeefs, waarna hij naar Lalibela vertrok waar ik hem ontmoette. Het kan raar lopen. Ik sprak het verhaal nog eens door met haar, zij wist natuurlijk niet dat ik Kosmos ook al kende. Nu heeft ze nieuwe vriend die beter tegemoet komt aan haar kant die naar zekerheid en stabiliteit op zoek is, Kosmos bevredigde meer haar avontuurlijke kant. Wie weet hoe het afloopt, voorlopig gaat ze als actrice spleen in een Ethiopische romantische film.
Het huis heeft een grote tuin, een mooie veranda en er rennen continue drie honden rond. De ene avond hadden we een afscheidsfeest voor twee Duitsers die naar huis gingen de volgende dag werd er een film vertoond, en sloten we af met een avondje stappen. Erg gezellig allemaal.
Over de camerareparatie heb ik gemengde berichten. Door een val in Wajaale was mijn 70-300 mm zoomlens beschadigd, maar die kon gerepareerd worden. Mijn 18-70 mm-lens had al vanaf het begin van de reis problemen met autofocus, maar er was mee te fotograferen. Na de ‘reparatie’ was autofocus helemaal onmogelijk geworden. Dus gebruik ik deze lens niet meer, en doe alles ‘dichtbij’ met mijn kleinere camera (met minder goede lens). De vervelende zwarte vlek op veel foto’s werd vakkundig verwijderd, dus daar was ik eindelijk van af. Verder had ik problemen met de afstemming tussen zoekerbeeld en uiteindelijke foto, hier was een verschil van enkele cm in. Dus ook ‘niet erg handig’. Dit repareerde hij, maar niet afdoende; inmiddels is hetzelfde problem terug. Rekening: zo’n 50 euro. Klantentevredenheid: een 4.
Dat gold ook voor het afscheid van Bezaworke. Ik had de afgelopen dagen zo’n beetje haar hele levensonderhoud ‘betaald’. Bij het afscheid zegt ze ‘Give me 100 Birr’. Kon het eerst niet geloven, dus vroeg haar het te herhalen.‘No’ zei ik daarop, en stapte een illusier armer de minibus in. Volgende halte (Lake) Ziway.

Guus Geurts, 2 januari 2013
vanuit Nairobi, Kenia

  • 18 September 2015 - 13:30

    Rrrrrrrrr:

    iiiiiiiiiiiiiiiiiii

Reageer op dit reisverslag

Guus

Actief sinds 12 Okt. 2012
Verslag gelezen: 4794
Totaal aantal bezoekers 46465

Voorgaande reizen:

12 Oktober 2012 - 30 Januari 2013

Out in Africa

Landen bezocht: